Voorkeuren
Gebruik OmniPlan > Voorkeuren (Command-,) voor het aanpassen van zaken zoals de toetsenbordnavigatie, datumnotatie en sjablonen voor nieuwe documenten en rapporten.
Algemeen
In de Algemene voorkeuren kunt u instellen wat er moet gebeuren als u op de Tab- of Returntoets drukt als u een OmniPlan-document gebruikt.

Bij drukken op Tab: U kunt voor de Tabtoets een van de volgende twee functies instellen:
- Het momenteel in de opbouw geselecteerde item laten inspringen, waardoor het een onderliggend item wordt van het bovenliggende item erboven. Als u op Shift-Tab drukt, springt het geselecteerde item uit.
- Verplaatsen naar de volgende cel in de opbouw. Als u op Shift-Tab drukt, gaat u naar de vorige cel.
Onafhankelijk van deze instelling werken de commando’s Inspringing en Inspringing verkleinen in het menu Structuur (en de betreffende sneltoetsen, standaard Command-[ of Command-]) altijd.
U kunt altijd op Option-Tab drukken om een tab-teken te typen op het invoegpunt.
Maak nieuwe inspringende rijen als groep is geselecteerd: Als er een groepstaak of -bron is geselecteerd en deze voorkeur is ingeschakeld, worden nieuwe items standaard toegevoegd als onderliggende items van de groep. Als deze optie is uitgeschakeld, wordt het nieuwe item onder de groep toegevoegd als gelijkwaardig item.
Maak nieuwe rij als op Return wordt gedrukt in een cel: Als deze voorkeur is ingeschakeld, wordt er een nieuw item gemaakt als u tijdens het wijzigen van de inhoud van een cel op Return drukt. AIs deze optie niet is ingeschakeld, wordt het wijzigen beƫindigd en wordt het huidige item geselecteerd.
Onafhankelijk van deze instelling wordt er altijd een nieuw item gemaakt als u op Return drukt terwijl u geen cel aan het wijzigen bent.
U kunt Command ingedrukt houden en op Return drukken om de instelling tijdelijk te wijzigen. Druk bijvoorbeeld op Command-Return om het wijzigen te beƫindigen en een nieuw item te maken, zelfs als de instelling is uitgeschakeld.
Weergave
In de Weergavevoorkeuren kunt u de tijd- en datumnotatie instellen voor OmniPlan.

-
Kies welke dag OmniPlan moet beschouwen als de eerste dag van de week.
-
Schakel fiscale jaren in en geef op wanneer ze starten of eindigen. Het gebruik van fiscale jaren wijzigt de manier waarop de kwartalen (Kwartaal 1, Kwartaal 2, enz.) van uw jaar worden berekend en weergegeven in de datumkoppen van het Gantt-diagram.
-
Geef in dit pop-upmenu op welke diagramkoppen u hieronder wilt wijzigen. De verschillende tijdschalen verschijnen in de kopteksten van het Gantt-diagram, de brontijdlijn en de werkweektabel, afhankelijk van de zoomschaal.
-
Klik op de plusknop om een samenvattingskoptekst toe te voegen aan de huidige schaal. Hiermee wordt een extra laag van datumkoppen gemaakt boven de normale koppen in het Gantt-diagram en de brontijdlijn. Deze extra laag biedt meer ruimte om bijvoorbeeld de week boven de dag weer te geven, of de maand boven de week. De notatie van de samenvattingskoptekst kan op dezelfde manier worden aangepast als de structuur van de normale datumkoptekst, door tokens uit de box eronder te slepen of rechtstreeks in het veld te typen. Om de samenvattingskoptekst te verwijderen, klikt u op de minknop rechts van het veld.
-
Sleep tokens uit de bron eronder en typ spaties of tekens waar u ze wilt weergeven om een datumnotatie te maken. Sommige tokens geven informatie over de datum aan het begin of einde van een week of kwartaal. Zo kunt u bijvoorbeeld een weekstructuur maken die de eerste en laatste dag van de week aangeeft. Hier hebben we bijvoorbeeld een notatie met de korte naam van de maand, gevolgd door de dag van de maand.
-
Deze tokens kunnen naar het notatieveld erboven worden gesleept om een datumnotatie samen te stellen. Klik op het driehoekje rechts van het token om de weergave ervan te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld de maand weergeven als volledig woord (januari), als afkorting (jan), als tweecijferig getal (01) of als eencijferig getal (1).
De beschikbare tokens zijn:
- Uur
- Minuut
- AM/PM
- Dag van de week
- Dag van de maand
- Dag van het jaar
- Maand
- Kwartaal
- Week van de maand
- Week van het kwartaal
- Week van het jaar
- Jaar
Sjablonen
In de Sjabloonvoorkeuren kunt u instellingen voor sjablonen voor nieuwe projecten beheren. Er worden drie sjablonen meegeleverd met OmniPlan en u kunt uw eigen sjabloon maken op basis van een open project via Archief > Bewaar als sjabloon.

In het venster links staat een lijst met de beschikbare sjablonen, zoals de ingebouwde sjablonen (met de grijze tekst Ingebouwd naast de naam) en uw eigen aangepaste sjablonen. Rechts staan de belangrijkste kenmerken van de geselecteerde sjabloon.
Vanuit het tandwielmenu onder de lijst kunt u de volgende opties kiezen:
-
Wijzig: De geselecteerde sjabloon wordt geopend, zodat u deze kunt wijzigen. U kunt ook dubbelklikken op de naam van de sjabloon in de lijst om de sjabloon te wijzigen. Wanneer u de wijzigingen bewaart, wordt de sjabloon bijgewerkt.
-
Wijzig een kopie: Wijzig een kopie van het geselecteerde sjabloonbestand. Selecteer dit commando, typ een naam voor de nieuwe sjabloon, wijzig het document en bewaar het op de gebruikelijke manier.
-
Maak standaard: Hiermee wordt de geselecteerde sjabloon gebruikt als er nieuwe documenten worden gemaakt door bestanden te importeren (als de wizard Nieuw Project niet wordt gebruikt). De nieuwe standaardsjabloon wordt vetgedrukt weergegeven in de lijst.
-
Wijzig naam: Hiermee wijzigt u de naam van de geselecteerde sjabloon.
-
Verplaats naar prullenmand: Hiermee verwijdert u de geselecteerde sjabloon door deze naar de prullenmand te verplaatsen. Van daaruit kan de sjabloon desgewenst nog worden hersteld. De volgende keer dat u de prullenmand leegt, wordt de sjabloon definitief verwijderd.
Ingebouwde sjablonen kunnen niet worden gewijzigd of verwijderd. Als u een ingebouwde sjabloon wilt aanpassen, selecteert u het in de lijst en kiest u Wijzig een kopie in het tandwielmenu.
Rapporten (Pro)
In OmniPlan Pro kunt u het paneel Rapportvoorkeuren gebruiken om bestaande rapportsjablonen te beheren en nieuwe sjablonen te maken.

Bij de app zijn meerdere sjablonen inbegrepen. Als u de presentatie van uw project in rapporten wilt aanpassen, kunt u een nieuw exemplaar van een sjabloon maken via het tandwielmenu in dit paneel, de kopie bewaren in een map die u aangeeft en de HTML en CSS naar wens wijzigen.
De integratie van de sjabloon met de aangepaste gegevenstypes van OmniPlan gebeurt via tokens. Een gids voor het instellen van uw eigen aangepaste rapportagesjablonen is beschikbaar in het gedeelte Rapportsjablonen aanpassen (Pro) van het hoofdstuk Rapportage en afdrukken, inclusief een overzicht van de tokens die worden gebruikt voor het ophalen van specifieke gegevens uit OmniPlan.
Update
Gebruik de Updatevoorkeuren om in te stellen hoe OmniPlan moet controleren of er nieuwe updates van de software zijn.

Als de optie Zoek naar nieuwe versies is ingeschakeld, ontvangt u een bericht als er een nieuwe versie van OmniPlan voor u klaar staat. Klik op de knop Zoek nu om meteen naar de nieuwste versie te zoeken.
U kunt het selectievakje Stuur anonieme systeeminformatie naar de Omni Group aanvinken om wat informatie over de configuratie van uw computer mee te sturen wanneer u controleert op nieuwe versies. Klik in het voorkeurenpaneel op de knop Meer informatie voor meer informatie over de gegevens die worden verzameld en hoe deze worden gebruikt.
U ziet het paneel Updatevoorkeuren niet als u OmniPlan 4 hebt aangeschaft in de Mac App Store. Wanneer er een nieuwe versie van OmniPlan 4 beschikbaar is, zal de Mac App Store u waarschuwen om deze te downloaden en te installeren.